Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Introductie

Schedelbasischirurgie betreft in de meeste gevallen het verwijderen van tumoren die zich bevinden op of in de basis van de schedel. De schedelbasis bevindt zich onder de hersenen en voor de hersenstam. Het betreft hier doorgaans relatief goedaardige tot (soms) kwaadaardige tumoren. De meeste schedelbasistumoren groeien zeer langzaam. Alleen door hun constante groei verdringen ze steeds meer zenuwen die vanuit de hersenen en hersenstam de schedel verlaten en uiteindelijk ook de hersenstructuren en de hersenstam, en geven dan vaak geleidelijk meer klachten. Er is zelden reden tot een acute behandeling. Een behandeling kan en moet derhalve in alle rust en vaak in meerder gesprekken met de patient worden besproken.

De jaren ’80, toen ik in opleiding was tot neurochirurg, was deze vorm van chirurgie nauwelijks goed mogelijk. We hadden geen inzicht en middelen hoe we deze tumoren moesten bereiken. Echter in de loop van de jaren ’80 werd de microscoop geïntroduceerd op de operatiekamer waardoor belangrijke structuren vergroot konden worden gezien en bepaalde gebieden van de schedelbasis beter in nauwkeuriger konden worden bereikt. In de jaren ’80 kwam de CT-scan binnen ons bereik waardoor we veel beter leerden waar bijvoorbeeld tumoren zich precies bevonden en hoe we deze tumoren het beste konden bereiken. Later in de jaren ’80 en begin jaren ’90 deed de MRI zijn entree. Dit gaf een enorme verbetering voor wat betreft het inzicht, de bereikbaarheid en de mogelijkheid tot het verwijdering van schedelbasistumoren. Ondanks het feit dat we door de toepassing van de CT-scan en de MRI steeds beter inzicht kregen in de positie, de benadering en de verwijdering van deze tumoren, bleven we geconfronteerd met het feit dat de schedelbasis gelegen was onder de hersenen en voor de hersenstam. Helaas konden we deze structuren niet eenvoudig even ter zijde schuiven om tumoren op de schedelbasis beter te bereiken. We bleven dus steeds geconfronteerd met de belemmering dat hersenweefsel “in de weg zat” om schedelbasistumoren goed en veilig te verwijderen. Langzaam ontstond derhalve het idee dat in plaats van het terzijde schuiven van hersenweefsel, het bot van de schedelbasis verwijderd kon worden waardoor toch de benodigde ruimte ontstond om de tumor te kunnen verwijderen. Hiertoe was extra inzicht en kennis noodzakelijk van de schedelbasis en werd toenadering gezocht bij KNO-artsen, kaakchirurgen en oogartsen. Deze specialisten hadden meer ervaring met operaties in de schedelbasis ter plaatse van het oor, de jukbeenderen en de oogkassen. Schedelbasischirurgie werd derhalve steeds meer een samenwerkingsverband tot bij de schedelbasis betrokken specialisten, dat wil zeggen dat meerdere specialisten met elkaar samen gingen werken teneinde een optimale benadering te creëren naar een schedelbasistumor met zo min mogelijk beroering van hersenweefsel en hersenstamweefsel. Zo werd het mogelijk om schedelbasistumoren te berieken via het rostbeen achter het oor, via de oogkas, neus of mond.

In Nederland werd in 1992 door mij, in samenwerking met de KNO-arts en kaakchirurg, de Nederlandse Vereniging voor Schedelbasischirurgie opgericht. Het doel van deze vereniging bestond uit kennis bundelen en gezamenlijk verder te gaan met de zo optimaal mogelijke behandeling van patiënten met schedelbasistumoren.

Schedelbasischirurgie is geen statisch vak, het is voortdurend in beweging. Gaandeweg de jaren ’90 kwamen er nieuwe inzichten met name  ook  in de aard van de schedelbasistumoren. Het grootste gedeelte van de schedelbasistumoren zijn schwannomen en meningeomen. We kwamen steeds meer tot het inzicht dat deze relatief goedaardig waren en dat het kwaadaardige van deze tumoren alleen bestond uit een langzame maar zekere groei die uiteindelijk tot hersen, hersenstam en hersenzenuwuitval zou kunnen leiden. We kwamen derhalve tot de conclusie dat het niet in alle gevallen noodzakelijk is deze tumoren geheel te verwijderen, dat het achterblijven van een restant acceptabel was maar dat het uiteindelijk ging om een zo goed en zo ruim mogelijke verwijdering van deze tumoren.

Wij werden voorts in deze overtuiging gesteund door het feit dat stereotactische bestraling van de restanten van een tumor na operatie of een stereotactische bestraling de gehele tumor zonder een operatie vooraf, een groeiremming en groeistilstand en dus een controle van de groei voor langere termijn kon geven. Daarom werd er ook steeds meer samenwerking gezocht in de behandeling van deze tumoren met bij de stereotactische radiotherapie betrokken radiotherapeuten.

De website van de Maastrichtse werkgroep voor schedelbasischirurgie laat duidelijk zien dat hier sprake is van een multidisciplinair team met een grote en jarenlange  ervaring in de behandeling van de schedelbasistumoren. Bij de schedelbasischirurgie zijn drie professoren met hun team betrokken. Elke patiënt heeft een specifieke schedelbasistumor waarvan wij op voorhand niet beslissen dat deze totaal verwijderd moet worden maar waarvan wij wel beslissen wat de beste behandeling is gelet op de aard van de tumor, gelet op de leeftijd en de conditie van de patiënt en gelet op de te verwachte problemen indien wij geen behandeling instellen dan wel indien wij een behandeling zullen instellen. Elk jaar passen wij opnieuw onze behandelingen aan aan de geldende opvattingen die er zijn binnen alle internationale teams van schedelbasischirurgie. Wij staan in nauw contact met schedelbasisteams in Europa en een groot schedelbasiscentrum in Seattle, VS. Wat vandaag de waarheid is, kan wellicht over enkele jaren weer veranderen door meer inzicht in de positie en groei van de tumor. Daarvoor beschikken wij in Maastricht over MRI scanners met een zeer hoge precisie (7 en 9 tesla MRI’s), verrichten wij basaal biologisch onderzoek van schedelbasistumoren in het laboratorium, houden wij presentaties op internationale congressen en leren wij van elkaar op internationaal niveau wat de beste behandeling is voor de individuele patient met een schedelbasistumor.  

Prof. dr. J.J. Van Overbeeke, neurochirurg

Sluit de enquête