Voor patiënten

Meningeomen

Beschrijving ziektebeeld
Meningeomen zijn meestal goedaardige tumoren van het centraal zenuwstelsel en ontstaan uit een deel van het harde hersenvlies. Tien tot 25% van alle nieuwe vastgestelde tumoren in het hoofd zijn meningeomen.  In Nederland wordt ieder jaar bij 450 tot 500 mensen een menigeoom vastgesteld. Ook kunnen meningeomen ontstaan vanuit het hersenvlies rondom het ruggenmerg, dit komt echter veel minder voor. Meningeomen komen twee tot drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Er zijn enkele aanwijzingen dat bestraling op het hoofd in de kinderleeftijd een hogere kans geeft op het ontstaan van een meningeoom. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat zwangerschap de groei van een bestaand meningeoom kan versnellen. Mobiele telefonie heeft geen invloed op het ontstaan van meningeomen.

Meningeomen kunnen op iedere plek binnen het hoofd ontstaan waar het hersenvlies zich bevindt. Vaak ontstaan meningeomen aan de convexiteit (aan de boven- en zijkant van het hoofd), ook kunnen meningeomen ontstaan op het hersenvlies wat tussen de hersenen in zit (de falx en het tentorium). Daarnaast ontstaan meningeomen op de schedelbasis, meestal aan de voorzijde hiervan  (bijvoorbeeld parasellair, het planum sfenoïdale, het sfenoid, de clivus of de sinus cavernosus). Soms komen ze ook over in de achterste schedelgroeve en in het spinale kanaal.

De meeste meningeomen worden voor het eerst gezien op een CT-scan van het hoofd. Het best kan een meningeoom in beeld worden gebracht met een MRI-scan met contrast.

Meningeomen kan op basis van weefsel onderzoek worden opgedeeld in 3 categorieën: WHO graad I, graad II en graad III. Graad I tumoren zijn goedaardig en komen het meest voor (90% van alle meningeomen). Graad II (7%)  en III (3%) komen minder vaak voor. Deze tumoren kunnen zich anders gedragen dan de graad I tumoren. De graad II en III tumoren kunnen een snellere groei laten zien en ondanks behandeling toch doorgroeien. 

Symptomen
Meningeomen kunnen zich presenteren met epilepsie, uitvalsverschijnselen en verschijnselen passende bij een verhoogde druk in het hoofd, zoals misselijkheid of braken. Meningeomen kunnen worden gevonden als deze klachten geven, maar ook per toeval, als er bijvoorbeeld een hersenscan wordt gemaakt voor een andere reden.  Klachten ontstaan zelden per acuut, maar ontwikkelen zich vaak langzaam. De soort klachten is afhankelijk van de locatie van de tumoren. De meesten tumoren ontstaan rondom de grote hersenen of op de schedelbasis.

Behandeling
Wanneer een meningeoom per toeval ontdekt wordt, hoeft deze niet altijd behandeld te worden.  Meestal zal er voor gekozen worden om controle scans te maken en bij eventuele groei wel te kiezen voor behandeling. Het is niet duidelijk of meningeomen die per toeval worden gevonden ooit klachten zullen gaan geven. Meningeomen die klachten geven, of bij controle groeien, worden meestal wel behandeld. De meest voorkomende behandelingen voor meningeomen zijn chirurgie, of radiochirurgie. De omvang en de locatie bepalen of er chirurgie wordt gekozen of radiochirurgie, en uiteraard de conditie van de patient. Indien radiochirurgie mogelijk is, dan heeft dat de voorkeur.

Prognose
De kans dat een meningeoom na chirurgie terugkomt is afhankelijk van de WHO graad. Een tumor van graad I heeft een recidief kan van 3-12%, een graad II tumor 27-52% en graad III 40-84%.  Een ander belangrijk factor voor recidief is de mate van verwijdering van de tumor. Hoe meer tumorweefsel er verwijderd is hoe kleiner de kans op recidief.

Meningeomen met WHO graad I hebben over het algemeen een goede prognose. Na operatie zal nog een aantal malen een controle MRI scan worden gemaakt. Dit wordt afgestemd op basis van het verloop van de operatie en de leeftijd van de patiënt.

Referenties
Whittle IR, Smith C, Navoo P, Collie D. Meningiomas. Lancet 2004; 363(9420): 1535-43
Claus EB, Bondy ML, Schildkraut JM, Wiemels JL, Wrensch M, Black PM. Epidemiology of intracranial meningioma. Neurosurgery 2005; 57(6): 1088-95
Riemenschneider MJ, Perry A, Reifenberger G. Histological classification and molecular genetics of meningiomas. The Lancet Neurology 2006; 5(12): 1045-54
Kondziolka D, Patel AD, Kano H, Flickinger JC, Lunsford LD. Long-term Outcomes After Gamma Knife Radiosurgery for Meningiomas. American journal of clinical oncology 2014.
Alexiou GA, Gogou P, Markoula S, Kyritsis AP. Management of meningiomas. Clinical neurology and neurosurgery 2010; 112(3): 177-82.
http://www.oncoline.nl/meningeoom